Het sneeuwt… Ik stap in de auto en rij rustig richting de paarden. Ik vraag me af of het verkeer -zoals altijd wanneer het in Nederland een keertje sneeuwt- weer ​uitmondt in een complete chaos. Onderweg wordt de wereld langzaam witter… Ik vind die witte wereld zo mooi! Eenmaal aangekomen bij de paarden hoor ik de ​trappelende paardenhoeven al…  Ze spelen, graven met de hoeven en ​rollen heerlijk door de sneeuw. De kinderlessen gaan niet door. De bak is bevroren en de paden in het gebied liggen bedekt met sneeuw. Vandaag heb ik dus geen werk. Geen werk en dus ook geen inkomsten. Ik denk terug aan het gesprek dat ik laatst met een vriend had. We verlangden beiden naar wat de ander had. Ik heb vrijheid en ben heel flexibel, ​maar daarentegen ​verlang ik naar dat vaste salaris van hem. En hij heeft een vast salaris en verlangt soms naar mijn vrijheid. Beide hebben een kanttekening. 
Wat is het toch heerlijk dat de paarden de sneeuw als ​die prettige, bewerkelijke witte substantie kunnen ervaren, dacht ik. Wij zien sneeuw en denken ​direct aan alle belemmeringen die het ons brengt. Ondertussen vind Sam het ook fantastisch, duwt zijn neus onder de sneeuw en we spelen samen met sneeuwballen. Morgen is het vast weer voorbij, dus laten we er iets leuks van maken. Ik maakte een filmpje en stuurde het door aan die vriend. ​Daarbij schreef ik de tekst “Wij hebben vandaag de vrijheid om te genieten van de sneeuw, maar wij hebben vandaag geen salaris. Jij kunt vandaag niet in de sneeuw wandelen of spelen, maar hebt deze maand wel weer voldoende salaris… Aan alles zat een kanttekening toch? Laten we beide​n dan genieten van dat wat het ons wél oplevert… Werkse!”